Afdeling
Lovendegem-Vinderhoute
Nieuws op www.vlaamsbelang.org
Welkom op onze webstek

Column

ACW is noodlot van CD&V.

07 juli 2010

Een column door Geert Neirynck

Het vermoeden had ik al wel, maar als Luc Van Den Brande, naast gewezen Vlaams minister-president, vertrouwensman van het ACW binnen de CD&V het zegt, zal ik hem zeker niet tegenspreken. Het ACW, dus gans de koepelstructuur van de christelijke arbeiderswereld, is de partij noodlottig geworden.

Vooreerst dit: men moest geen groot talent zijn om in te schatten waar het deze verkiezingen over ging. Het belangrijkste was om te zien of de ‘V’-partijen opnieuw zouden stijgen en in welke mate ze de werking van het officiële België konden stil leggen.

Er is een Europese tendens waarbij het politieke middenveld het steeds moeilijker krijgt en die tendens bestaat al sinds de jaren ’80 maar is in de 21e eeuw versterkt. De kiezer kiest steeds meer voor het anti-establishment en dan is de ‘challenger’ diegene die op dat moment het hardst klinkt.

Nemen we Vlaanderen. In 1991 – ‘zwarte zondag’ – ging ongeveer 15% van de kiezers buiten het establishment staan. Vlaams Blok en Rossem. Dat liep op tot 19% in 2003 (enkel Vlaams Blok) en 25% in 2004. Op dat moment stond het Vlaams Blok/Belang op het zenith. De verstening van de traditionele politiek werd steeds meer duidelijk.

Het cordon sanitaire bleef evenwel intact, tot en met 2006. Hoewel het Vlaams Belang een nooit geziene lokale inplanting kreeg (zo’n 800 gemeenteraadsleden) werd dit toch verkocht als een nederlaag. Deels door het feit dat in Antwerpen Patrick Janssens er in slaagde om de coalitiegenoten op te vreten en deels omdat er feitelijk geen belangrijke kans was op de doorbraak van het cordon, Wielsbeke buiten beschouwing gelaten. Of misschien net daarom.

Natuurlijk kwam er interesse voor de stemmen van het Vlaams Belang. Een eerste die er van ging vangen was Jean-Marie Dedecker, die zich puur als anti-establishment ging opstellen en een deel vermoeide Belangers – wachten op iets wat niet lijkt te komen – kon binnenhalen. Ook een aantal die dachten dat de rode loper voor hen ging uitgerold worden. Wat uiteraard niet altijd gebeurde.

En in 2007 kwam de N-VA naar voor. De N-VA was ontstaan als erfgenaam van de Volksunie en had in 2004 een kartel gesloten met de CD&V om politiek te kunnen overleven. Dat kartel zorgde snel voor wrevel: het sterk communautaire programma van de partij moest afgezwakt worden en de plaatsen kostten – ogenschijnlijk – de CD&V mandaten. Bij de gemeenteraadsverkiezingen nam de CD&V dan ook nog N-VA’ers mee in kartel. Niet overal liep dat even vlot. En in een aantal gemeentes was er van een kartel geen sprake.

De klap kwam er de eerste keer toen N-VA Jean-Marie Dedecker wou inlijven. En de lange regeringsonderhandelingen in 2007 zorgde voor nervositeit.

Kartels zijn door hun natuur tijdelijk. Ofwel slokt de grote partner de kleine op, ofwel breekt één van de twee partners in dat proces ofwel weegt de kleine partner te veel. Vivant is bijvoorbeeld nog enkel een etiket en Spirit (Vlaamse Progressieven) brak in twee. De N-VA werd te sterk. Niet als partij. De eerste peilingen gaven immers aan dat N-VA niet ver boven het resultaat van 2003 (4.9% van de stemmen) zat.

Nee, de sterke communautaire agenda zorgde voor oprispingen binnen de CD&V zelf en in het bijzonder de rechtervleugel – sterke VOKA-aanhang – werd zeer ongeduldig. Met andere woorden: de breuk binnen het kartel is er vooral gekomen omdat het ACW schrik kreeg om de partij uit handen te zien gaan. Want de ACW-agenda is wel even anders dan het confederalisme – waarmee CD&V bij de naamswijziging begon – en de staatshervorming tout court. En dat beleid wou het ACW krijgen na 7 jaar paars. En konden ze geen lastige kartelpartner houden.

In een interview in ‘Knack’ van vandaag geeft Luc Van Den Brande te kennen dat die druk van het ACW er voor zorgde dat de CD&V het communautaire uit de campagnekern haalde. Het ACW liet ook weten dat de kiezers best voor partijen als CD&V, SP.a, Groen! en als het echt niet anders kan Open VLD stemden. Niet voor de ‘V’-partijen. Met andere woorden: ACW pleitte feitelijk voor een politieke olijfboom, tegen het rechtse Vlaanderen.

De conclusie van de resultaten van 13 juni is dan ook dat de CD&V in één verkiezing quasi de ganse rechtervleugel zag vertrekken. Die 17% van de stemmen is dan ook ongeveer wat het ACW kan mobiliseren. Met de 15% van SP.a zitten de ‘grote’ vakbonden aan 32% van de stemmen. Tel daar de andere verkiezenswaardige partijen bij en je haalt dus net 50%. Een breed draagvlak kan je dat moeilijk noemen.

Maar cruciaal is wel dat de ‘verzuilde partijen’ – Open VLD is een ander verhaal – nog maar goed zijn voor 1 stem op 3. En dat terwijl de verzuiling de maatschappij massaal veel geld kost, jaar na jaar. Een verzuiling die overigens hopeloos achterhaald is. Behalve hier zijn er bij mijn weten geen verzuilde landen meer.

Met andere woorden: de amechtige houding van het ACW om een status quo te houden in de sociale zekerheid is niet alleen nefast voor de samenleving, het breekt de moederpartij steeds meer zuur op. De tijd dat vakbonden bestonden uit mensen met een duidelijk maatschappelijk profiel is dus weg en enkel de dienstverlening blijft nog over. De gewone leden trekken zich van de top niet al te veel aan. Als alles maar op tijd betaald wordt.

Het is wel een pijnlijke vaststelling van hoe de vakbonden, ooit begonnen als een reactie op mensonwaardige toestanden, sinds de invoering van de sociale zekerheid na de Tweede Wereldoorlog, zich wentelen in de profijten van de staat en er vandaag een niet-grondwettelijk vastgelegde centrale positie in innemen. En iedere hervorming er van zien als een bedreiging van hun positie. In dat opzicht zijn ACW en nog meer ABVV een onlosmakelijk element in de pogingen om een ernstige staatshervorming te beletten. Meer nog dan de monarchie.

Want, zeg nu eens eerlijk: waarom moeten vakbonden werkloosheidsvergoedingen uitbetalen of ziekenfondsen doktersbriefjes of arbeidsongeschiktheid? Waarom?

Marianne Thyssen nam ontslag als CD&V-voorzitter. Onterecht. Een schip dat slecht is beladen en al water maakt heeft geen nieuwe kapitein nodig. Binnen de CD&V kan er best eens gekeken worden of de relaties met de zuilen op een andere manier ingevuld kunnen worden. De verzuiling bestaat immers vooral nog in de hoofden van een aantal topfiguren. En ja, de Res Publica is nog wel even wat anders dan een syndicale agenda.

Uit allerlei verhalen hoor ik dat bij deze verkiezingen heel wat trouwe CVP-kiezers voor het eerst de stap naar een andere partij hebben gezet en – bij hoog en bij laag – zweren nooit meer voor de CD&V te stemmen. Da’s nieuw.

Ergens moet ik terugdenken aan de tijd toen Verhofstadt poogde om van Vlaanderen een politiek tweestromenland te maken: enerzijds de vernieuwers (rond zichzelf) en de traditionele partijen (de travaillisten). Op 13 juni is Vlaanderen al een soort tweestromenland geworden, zij het om te beletten dat er veel ging veranderen, met de N-VA als sterke factor. De (Open) VLD zit ondertussen in het travaillistische kamp, als ik het ACW mag geloven.

De druk op het officiële – het officieuze Belgie van vakbonden en mutualiteiten zijn mooi afgeschermd daarvan – België groeit met de verkiezingen. Momenteel zijn er in de Kamer ongeveer 40 kamerleden die tegenover een 48 anderen staan en vernieuwing willen. Natuurlijk verbergt die som veel nuances. Wat het niet kan verbergen is dat de marge smal begint te worden. En dat vier jaar stilstand de volgende keer tot iets oncontroleerbaars kan leiden.

Met andere woorden: het officieuze België dreigt het officiële België mee te sleuren en hun eigen positie te ondergraven.

Vlaanderen staat stilaan voor de duidelijke keuze waar het naar toe wil. Steeds meer groepen lijken geneigd om te kiezen voor een definitief einde van België. Bijvoorbeeld het kleine Onafhankelijk Verbond voor Zelfstandigen. Alles liever dan het Belgische status quo. 




Categorie:   


Wil u ook een webstek als deze voor uw afdeling, district, koepel of regio?